“Dolce far niente” of “het zalig nietsdoen”

Uitgelicht

“Dolce far niente” of “het zalig nietsdoen”.

Tom Friedman, zelfportret

Tom Friedman, zelfportret

Schetsboek 1996-97 Go de Kroon pag 8.

Schetsboek 1996-97 Go de Kroon pagina 8

Schetsboek go pag 7

Schetsboek 1996-97 Go de Kroon pagina 6

Rustende tuinman 1996 Go de Kroon

Rustende tuinman 1996 Go de Kroon

Omdat ik in Castricum aan het werk was heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om het kunstenaarsdorp Bergen te bezoeken en naar museum Kranenburgh te gaan. Daar is tot en met 24 september een tentoonstelling te zien over “het zalig nietsdoen”, gecureerd door Eelco van der Lingen. Het is een thema  dat mijn vader (Go de Kroon, 1930-1997)  in zijn late werk gebruikte. Hij maakte onder deze titel verschillende emailles van rustende tuinmannen.

In de tentoonstelling zijn naast zich vervelende of mediterende, ook verschillende luierende figuren te zien zoals mijn vader dit motief ook verbeelde. Het lichtblauwe piepschuimen sculptuur van Tom Friedman doet nog het meest denken aan het werk van de rustende tuinmannen. Friedman heeft in het ene oog van de rustende man (een zelfportret) een klein figuurtje geplaatst dat door het oog naar binnen kijkt en daardoor gelijk het zicht van dit oog belemmert. Het rusten en het contemplatieve worden hierdoor gecombineerd. Zijn de rustende tuinmannen in mijn vaders schetsboek ook contemplatief? Hij schrijft in één van zijn schetsboeken over de perioden tussen het maken van de werkstukken in,  tijden van grote innerlijke vertwijfeling en onrust. Ondertussen schetst hij rustende tuinmannen in een idyllisch landschap. Het rusten viel mijn vader zwaar, hij verviel in getob en zwaarmoedigheid. Pas als hij weer aan het werk was voelde hij zich op zijn gemak. Het is zijn laatste schetsboek. Hij was 65 jaar toen hij deze bespiegelingen opschreef, een half jaar na het schrijven van de tekst overleed hij.

Mijn vader gebruikte in zijn werk geregeld een citaat uit Candide van Voltaire: “il faut cultiver son jardin”* De aanmoediging  of het dilemma dat je, van wat je in het leven krijgt, zelf iets moet maken.

In dat geval is de rustende tuinman aan het pauzeren. Maar in het perspectief van mijn vader, die besefte aan het eind van zijn leven te zijn, kan het evengoed zijn dat de afgebeelde tuinman rustte na gedane arbeid. Terugblikte, en de boel de boel liet. De onrust van mijn vader was van existentiële aard: en als het klaar is, wat dan? Mijn vader schreef dat hij zijn 65ste verjaardag anders ervoer dan de meeste mensen. Hij bleef als maar driftig aan het werk: “ik jaag naar de voleinding”**.

 

*Go de Kroon citeerde overigens niet letterlijk: het oorspronkelijke citaat luidt: “Il faut cultiver notre jardin”.

**Pagina 5 van zijn schetsboek 1996-97, op pag 6 schrijft hij nog eens: met de jacht op de voleinding.

Bewaren

Bewaren

Advertenties

Het malle ding van bobbistiek

Mieke Kooyker, met haar boek Het malle ding van Bobbestiek wat bekroond werd met de Gouden Griffel. Leonie Kooiker

Mieke Kooyker

Het malle ding van bobbistiek

Het malle ding van bobbistiek is een kinderboek. Het werd in 1970 uitgegeven en werd geschreven door Leonie Kooiker. Achter deze naam schuilt de zeer hartelijke, avontuurlijke en ietwat ondeugende Mieke Kooyker Romijn. Ik ken haar sinds 5 jaar omdat zij de tante van mijn partner, Oene Gerritsma is.

Het boek ken ik uit mijn jeugd. Bobbistiek was in mijn ouderlijk huis een veel gebruikt woord voor prutjes die er onbestemd uit zagen.

In het boek wordt door hoofdpersoon Bobbie een materiaal uitgevonden, dat eerst kneedbaar is maar daarna heel hard en stevig wordt. Samen met zijn broer Albert maakt Bobbie van bobbistiek een reusachtig ei. Aan het ei monteren ze wieken, die ze met een motortje aandrijven, zodat ze met het ding kunnen vliegen. Het boek was het debuut voor Mieke en werd gelijk bekroond met een gouden griffel.

De personages uit het boek zijn gebaseerd op haar kinderen: Albert, Bob, Huib en Annelie. De oudsten spelen de hoofdrol, daarbij gaan feit en fictie in elkaar over. Bob studeerde later wiskunde, psychologie en biologie maar had het niet makkelijk in zijn leven. Op latere leeftijd kwam hij er tot zijn grote opluchting achter dat hij het syndroom van Asperger had. De autistische trekjes kan je, als je het weet, in het personage in het boek terugvinden.

Mieke laat me een roestig blikje met een afgescheurd etiket zien waarin Bob zijn “schatten” bewaarde: haaientanden, vuurstenen en fossielen. Ook in het echt was Bob met het samenstellen van vreemde brouwseltjes bezig, verteld Mieke. Als de Bob uit het boek hoort dat er wordt gezegd dat het bij de hoge bomen niet pluis is, is hij het er niet mee eens. Hij komt een eigenaardig mannetje tegen dat een pluizige baard heeft en pluizig haar, het is er één en al pluis, constateert hij. Ook het technische inzicht van Albert is op de werkelijkheid gebaseerd. Albert is later Goudsmid geworden.

Het anker uit het boek, vond Albert samen met zijn vrienden en ligt nu in Miekes tuin in Papendrecht. Het is nu wel een andere tuin van een ander huis, aan dezelfde Merwededijk. Het oude huis, waar het boek zich afspeelt staat er nog steeds, een oud statig herenhuis Bosch nummer 17. Daar hield Miekes man Gerard, huisarts, praktijk aan huis. Ze hadden zoals dat gewoon was in die tijd ook een huisapotheek.

Mieke maakte zelf medicijnen voor de patiënten. Potjes en flesjes met spul waren er dan ook genoeg in de praktijk. Deze middeltjes werden ook weleens gebruikt door haar man om zelf vuurwerk te maken. Eén keer ging het mis en stond de muur in brand. Toen Mieke voorzichtig opperde om de brandweer te bellen antwoorde Gerard: “Ben je mal, dat lossen we toch zelf op! “

Dat “zelf oplossen” doen de helden uit het boek voortdurend. Er was op de Bosch 17 niet alleen vuur er was ook water. De tuin stroomde onder als het water in de rivier te hoog stond, ook dat kan je in het boek lezen. Mieke verteld dat zij het belangrijk voor haar kinderen vond om ze op te voeden met de vier elementen. Ze toont een foto waarin ze een tobbe duwt die door de tuin drijft, met haar kinderen er in, terwijl het wasgoed erboven te drogen hangt.

In het boek is er een passage waarin Albert en Bobbie verontwaardigd zijn omdat ze niet op het dak mogen. Eigenlijk mocht er heel veel van de moeder in het boek, maar nu is ze opeens ongerust, ten onrechte stellen de jongens vast.

Hierin herken ik Mieke die altijd heel stoer en nuchter is maar tegelijk heel gevoelig en beschermend naar haar kinderen. Het lijkt alsof zij zich in deze passage over haar eigen grenzen verbaast.

Bob en Albert

meer informatie op : http://www.leoniekooiker.nl/

Groen en Zwart

Onlangs gaf ik les op een school in Rijswijk. De les heet Zwart en Wit naar een serie lino’s die ik maakte. Ik geef regelmatig gastlessen linoleumsnijden op basisscholen in Zuid Holland. Ik kom hierdoor op allerlei scholen. Soms vinden de docenten zo’n gastles maar lastig. Dat voel ik dan direct. Vaak lukt het, zoals onlangs om die docent dan gerust te stellen. Maar het komt ook voor dat de docent je als een bedreiging ziet voor de orde.

Hoewel ik al jaren gastlessen geef ben ik niet opgeleid als docent, ben op dat punt kwetsbaar en voel mij nog steeds een groentje. Onlangs werd ik nog met mijn neus op de feiten gedrukt. De docenten van een christelijke school verzochten mijn opdrachtgever of zij voortaan iemand met meer pedagogische en didactische vaardigheden wilden sturen.

Het was de laatste les van dit seizoen, ik was op een katholieke school. Een heel hoog gebouw met glas en lood in de vensters van het trappenhuis. Het licht wat hierdoor blauw naar binnen viel contrasteerde mooi met het geel van de wanden. Alle schoolgebouwen ademen een andere atmosfeer. Hier was het in de ruime klaslokalen weldadig.

Volgens mijn opdrachtgever moet ik werken aan een beter contact met de docenten. Ik had mij voorgenomen om daar gehoor aan te geven. De docenten waren niet gelijk van het enthousiaste, kunstminnende soort. Maar zij stonden wel open voor de lessen. Eén docente wilde graag doorspreken hoe we het samen zouden aanpakken. Koren op mijn molen! Nu kon ik alles wat ik voorbereid had om aan de docenten te vragen bespreken. Ze vertelde dat ze de kinderen al voorbereid had dat we iets gevaarlijks gingen doen en dat ze daarom extra goed moesten opletten. Ik zei daarop dat ik voor het geval van ongelukjes een EHBO koffertje bij me had en dat ik daarover doorgaans een grapje maak. Doe dat grapje maar liever niet verzocht ze mij. Ze vertrouwde mij toe dat ze als de dood was dat er iets mis zou gaan.

De les verliep voorspoedig en geen enkel kind gutste in zijn vingers. De juf vroeg ter afsluiting aan de kinderen of ze wisten waarom de les zo goed ging. Een meisje antwoorde dat het kwam omdat de groep zo goed geluisterd had en ik zo’n duidelijke uitleg had gegeven. Ik glom.

Na de les wilde ik de juf bedanken voor de fijne samenwerking. Ik stak hiertoe mijn hand uit. Er zat nog wat zwart van de drukinkt op mijn hand, wat ik er bij snel wassen niet af had gekregen. Ik verontschuldigde mij daarvoor. De juf keek heel verschrikt. Zij trok haar hand zo snel terug dat ik mijn dankbaarheid niet kon bevestigen.

 

Heksenkeuken

Als je goed kijkt zie je links in het midden de etspers op mijn vaders atelier. Er staat een figuurzaagmachientje op de plaat.

Heksenkeuken

Een aantal jaren terug verzon ik met mijn collega, Diana van Hal, een toverkeuken. Aanleiding was het begeleidend programma bij de tentoonstelling: Over the etch in Pictura Dordrecht. We maakten een opstelling in de grafische werkplaats om de techniek van het etsen te illustreren. De werkplaats was toen nog een beetje verwaarloosd, waardoor het er extra spannend uit zag. Middeltjes en werktuigen van jaren terug, stonden als een heksenketel verspreid over de ruimte.  Inmiddels een aantal onderwijsopdrachten verder, besloot ik mijn eigen Heksenkeuken te maken.

Sommige spullen in die Heksenkeuken komen van mijn vader. Zij brachten mij in gedachten terug naar mijn kindertijd. Op de zolder van mijn ouderlijk huis had mijn vader een werkplaats om metaal te bewerken ingericht. Er stond daar een etspers met een houten spakenwiel. Ik speelde daar schipper mee. Soms was ik schipper, een andere keer was ik heks. Er waren genoeg spullen op mijn vaders atelier die mijn fantasie prikkelden.  Onder andere ook een kast vol met allerlei geheimzinnige middeltjes in flessen en potjes. Sommige met een doodshoofd erop getekend: SALPETERZUUR. Dat gebruikte mijn vader om te etsen. Een tijd lang kwam er elke zondag een vriend, een liefhebber, om etsles van mijn vader te krijgen. Wat zou ik graag nog eens het advies van mijn vader krijgen over de etstechniek! Hij had het etsen geleerd op de Koninklijke Academie van Willem Minderman. Sporadisch gebruikte hij de techniek in zijn metalen reliëfs om teksten toe te voegen. Hij maakte echter jaarlijks in ets of lino een nieuwjaarswens, waarvan hij er zo rond de 200 afdrukte, om aan zijn vrienden en kennissen te sturen. Menigeen heeft zo zijn eigen “Go de Kroon collectie” opgebouwd.

Als kind heb ik ook weleens een ets gemaakt. Het zuurbad dat zo wonderbaarlijk rook, de waarschuwingen om er voorzichtig mee te zijn, de veer om de oxide weg te vegen, de belletjes die uit het bad opborrelden tijdens het bijten… dat alles heeft een magische indruk bij mij achtergelaten.

Nu pas kan ik die magie op waarde schatten, nu mijn vader al zo’n 20 jaar geleden overleden is. De complexiteit van de etstechniek is groot, soms eindeloos, en daarmee ook de mogelijkheden.

Met de heksenkeuken wil ik die complexiteit verhelderen, keukengeheimen onthullen en een tipje van de sluier oplichten.

De heksenkeuken is te zien bij “het tekenfestival” op 6 en 7 oktober in de workshopruimte van het Boijmans van Beuningen en bij de Pop Up van Villa Zebra, op 19 oktober in Overschie.

Etsmiddelen en gereedschap.

 

Bewaren

Een paasgedachte

Semana Santa

Ik zit op een cursus Zen meditatie en mij werd het volgende gevraagd: Welk ritueel, wat met de traditionele feestdagen te maken heeft, ontroerdt je?  Wat zou je opnieuw willen invoeren in plaats van alle commerciële invulling?

Ten eerste ben ik nogal gevoelig voor het decoreren van mijn huiskamer met allerlei kitsch op feestdagen: slingers, takken, lammetjes, kuikens, heerlijk! Maar dat is natuurlijk helemaal in tegenspraak met de soberheid van Zen.

Ik herken het ontroerd worden door een ritueel. Zo was ik ontroerd door de processie in Malaga, de week voor Pasen, de Semana Santa of heilige week. Op de woensdag voor Pasen wordt de processie van El Rico gehouden. Een stoet mannen torst in de optocht een loodzwaar heiligenbeeld van Christus, een tronos, op hun schouders. Ooit waren er te weinig mannen, vanwege een pestepidemie, om de tronos te dragen. Toen heeft men de tronos laten dragen door gevangenen. Onder de indruk van de gebeurtenis is er niet één die een ontsnappingspoging heeft gewaagd. Als dankbaarheid daarvoor heeft men één gevangene gratie verleend.  Sinds 30 jaar mogen er drie gevangenen meelopen.  Zoals het mij verteld is, symbool voor de drie kruisen die op de berg Golgotha stonden en die aanvankelijk bedoeld waren voor drie misdadigers, één daarvan kreeg gratie om plaats te maken voor Christus. Nu wordt nog steeds elk jaar aan één gevangene, met Heilige Woensdag, gratie verleend.

Ik zou er geen voorstander van zijn om dit in Nederland in te voeren. Voor mij valt of staat het ritueel bij geloof en traditie van een hele gemeenschap. Wel denk ik, dat de gedachte over vergeving en je eigen grenzen en onmacht een mooi filosofisch thema zou kunnen zijn wat in de paastijd aandacht zou mogen krijgen.

De kracht van het geloof in het absolute is denk ik datgene wat mij ontroerdt. Het absolute is iets wat mij overigens vreemd is, misschien ontroerdt het me daardoor zo.  Aan de andere kant is het ook iets wat me beangstigd, wat absolute liefde, vergeving kan geven kan ook hardheid tegenover de twijfel of onmacht betekenen. Tijdens de Zencursus            (training vind ik een betere omschrijving), voel ik me veel te talig en veel te veel een beschouwer, veel te kritisch ook.  Het mediteren doe ik overigens vol overgave, maar natuurlijk ook wel een beetje op mijn eigen manier.

Bewaren

In memoriam Go de Kroon

Klein in memoriam Go de Kroon

Op 14 april is het 20 jaar geleden dat mijn vader overleed. Ik heb nog een 30-tal beelden en emailles van hem. De toenmalige klanten en fans sterven ook.  Soms duikt er één van zijn kunstwerken op, op een veiling. Ik kwam weleens in de verleiding erop te gaan bieden, maar hield me in. Ik ben niet erg draagkrachtig en heb ook geen groot huis. Een verzamelaar die wel een bod had uitgebracht, nam contact met mij op, om meer informatie te krijgen over de achtergrond van het werk. Hij verzekerde me dat het gebrek aan aandacht voor zijn werk van tijdelijke aard zou zijn. Ik hoop het maar… Wat zou het sneu zijn als mijn vader en zijn oeuvre in de vergetelheid zouden raken. Toen ik nog pas zijn werken had geërfd,  grapte ik vaak, dat ik de directrice van het “Go de Kroon museum” wilde worden. Het is een insiders grap zoals mijn vader die ook altijd maakte als hij vertelde dat zij hem weer eens gevraagd hadden om koning van Spanje te worden. Ik steek op dit moment al mijn tijd in mijn eigen werk, zodat ik mijn hoofd boven water kan houden. Wat ik wel kan doen, is hierna een kleine etalage op internet te zetten. Zo hoop ik dat er toch opnieuw mensen zullen kennis nemen van zijn werk en er van kunnen genieten.

object Go de Kroon

Ruimtevaart 1964

Bewaren

Het “niet zeggen”

Het “niet zeggen”

Wat je wel en wat je niet mag zeggen heeft een politieke bijklank gekregen. Maar het is ook heel politiek om af en toe je mond te houden.

We weten allemaal dat je bepaalde dingen in bepaalde situaties niet zegt, vanwege de gevolgen die dit voor jou of voor de ander kan hebben. Mijn zoon heeft een autistische stoornis en heeft deze rem niet. Hij moet duidelijke regels leren over wat je wél en wat je níet kan zeggen, terwijl wij het in meer of mindere mate kunnen aanvoelen. Voor hem was het “geval Wilders” duidelijk, je mag niet discrimineren, dat moet worden bestraft! Veel mensen hebben een andere eenduidigheid: “je moet alles kunnen zeggen, dat is vrijheid van meningsuiting”. Dat dit in de praktijk niet zo werkt, kan je eigenlijk aan je water voelen. Je lokt geen ruzies uit. Je gaat bepaalde dingen niet tegen je baas te zeggen want je bent afhankelijk van hem. Je beledigt ook degene waarmee je samenwerkt niet, of je ondergeschikte. Je meet je woorden af als je iets heel graag van iemand wilt, je verliefd bent, of aan de andere kant weet dat iemand zich in een machtige of juist kwetsbare positie bevindt.  De nuances zijn ingewikkeld. Het zijn zaken waarin we allemaal wel eens een vergissing maken omdat iets wat de één beledigend vindt, de ander dat niet zo hoeft te ervaren. Soms is een situatie aanleiding om iets niet te zeggen. Je gaat iemands taalfouten niet corrigeren terwijl hij boos is (terwijl je dit in gedachte natuurlijk wél doet).

Ik heb ook regelmatig dat ik denk: had ik daarover maar wél iets gezegd. Dat denk ik aan het eind van een relatie die een worsteling bleek te worden en waarvan ik achteraf de voortekens al tijdens één van de eerste dates had gezien. Of ik ben jaloers op mensen die vlot anderen van hun ongewenst gedrag bewust kunnen maken en dat zich kunnen permitteren omdat zij kennelijk altijd de juiste woorden kiezen, het juiste stemvolume hebben en gehoord worden. Zoals er het “niet zeggen” is, bestaat  er het “niet horen”. Ook het “niet horen” kan je heel politiek gebruiken en kan vervolgens je relatie naar de knoppen helpen.  Je moet voortdurend afwegen en aanvoelen wat je beter niet kunt horen of zeggen, of wat  zo’n essentie heeft dat je er wellicht “op terug moet komen”.

Het “niet zeggen” kan ook tot heel verwrongen situaties leiden. Ik hoor altijd alles, ook tijdens mijn schoonmaakbaantje. Dat mag ik natuurlijk niet laten merken, dus heb ik dit gesprek nooit gehoord. Het ging als volgt:

Een leidinggevende van het kantoor waar ik schoonmaak, heeft een vrouw aan de telefoon die blijkbaar haar baan is kwijt geraakt en toont zijn empathie:  “Dat is nou echt Nederland, als iemand in de buurt van Italië toevallig uit een bootje valt dan komt iedereen toesnellen en als jou dit overkomt is er niemand die je helpt!”

Ik moest even nadenken over het bootje en het toesnellen tot ik begreep waar hij het over had. Hij bedoelde waarschijnlijk dat vluchtelingen geholpen zouden worden met het vinden van een baan en dat hij hoopte dat de vrouw, aan de andere kant van de lijn, als Nederlandse, ook daarbij geholpen wordt.  Maar juist dát heeft hij niet gezegd.

 

 

 

 

 

 

Charisma

Charisma

Den Haag kende voor de Tweede Wereldoorlog de grootste Joodse gemeenschap in Nederland na Amsterdam. Het Haags Historisch Museum organiseert van 2 juli t/m 13 november 2016 de tentoonstelling Joods Den Haag. De tentoonstelling schetst een beeld van 350 jaar Joodse geschiedenis.  Mijn portret van het echtpaar Mouwes voor hun winkel vormt een onderdeel van de tentoonstelling. Daarom was ik bij de opening van de tentoonstelling.

joodse winkeliers Den Haag Import Export; Mouwes

Den Haag Import Export; Mouwes

De tentoonstelling werd geopend met toespraken van verschillende sprekers. Er was een rabbijn in vol ornaat met een prachtige rode baard. Ik moest denken aan de keer dat ik met mijn toenmalige geliefde naar Engeland reisde om daar zijn “Goeroe” te ontmoeten. Ik ben zelf agnostisch en raak geroerd door mensen die oprecht hun geloof uiten. Daar in Engeland zocht ik naar die aanraking, maar raakte ik niet geroerd, door de voorganger van het Esoterische geloof: Serge Benhayon. Ik begon daarop dat gevoel en ook het gebrek daaraan bij mezelf te onderzoeken. Kwam het doordat deze Serge er zo doorsnee uitzag, meer als een bedrijfscoach dan als iemand die mensen alleen al door zijn aanwezigheid kan inspireren?  Of kwam het omdat hij niet de mening van zijn publiek toetste maar hen een mening in hun mond legde, hen een ervaring vertelde die ze zouden moeten ervaren? Bij mij kwam het niet binnen. In het publiek zat er iemand met een opvallend uiterlijk, die ik misschien wel meer uitstraling toedichtte.   Enfin die mooie rode baard, dat vond ik wel indrukwekkend, was dat iemand met charisma? De volgende spreker was een oudere  kleine man, met bescheiden uitstraling : Rabbijn Soetendorp. Hij sprak over verdraagzaamheid en het pakte me en ik moest blijven luisteren, was dit het: charisma? Later die week kwam ik hem weer tegen, sprekend over Erasmus en de verdraagzaamheid en de menselijke neiging om daar uitzonderingen op te maken met alle gevolgen van dien. Hij was heel handig in het brengen van zijn “joodse” verhaal, de context gebruikend, en hij bleef boeien.

Welkom Thuis!

Welkom Thuis!  

Als kind wilde ik zwerver worden. Rondtrekken, liefst met een huifkar, leek mij fantastisch! Toch ben ik in de praktijk vrij honkvast gebleven en heb ik alleen mijn geboortestad Den Haag voor Rotterdam verruild. Toch houd ik nog steeds veel van reizen, van onderweg, van in beweging zijn. Ik houd van het aankomen en het weer vertrekken, van vreemde, vluchtige ontmoetingen.

Ik geef kunstlessen in allerlei dorpen en steden. Ik reis met een geleende auto of met een fietskar, die ik ook in de trein meeneem. Daarvoor neem ik dozen met linoleum, papier en inkt mee. Bij het inpakken van al het materiaal begint het bij mij al te tintelen. Het inladen voelt voor mij als het pakken van je bagage voor de vakantie, daarmee begint het avontuur… Ik trek van school naar school en van bedrijf naar bedrijf. En daar waar de mensen echt op me staan te wachten, me welkom heten, daar is het waar ik mij thuis kan voelen. Daar gaat het lesgeven goed en neem ik ook voldaan weer afscheid.

In september werd ik gevraagd door de kinderkunsthal, Villa Zebra, om een installatie te maken voor de tentoonstelling: “Welkom Thuis!”

ArcheTipi

Ik heb voor deze tentoonstelling een tent gemaakt, een “tipi”, een huis waarmee je kunt reizen. Daarbij maakte ik allemaal hurkende en knielende figuren, personages die je mee kunt nemen in de tent.  Kinderen, volwassenen van allerlei etnische afkomst,  allemaal even groot, en daardoor gelijkwaardig. Het zijn op stof gedrukte linoleumsneden waarmee ik driehoekige kussens heb bekleed.  Door de kussens in de tent mee te nemen kun je je eigen ”thuis” samenstellen.  Daarbij ligt er een “selfie-spiegel” om jezelf te beschouwen tussen je “nieuwe familie”. De personages staan voor zinnebeelden als: Security, Affection en Curiosity.  De titel van de installatie is: ArcheTipi.

De tentoonstelling: Welkom Thuis!  is nog tot en met 20 november 2016 te zien bij: Villa Zebra, Stieltjesstraat 21, Rotterdam.

Ik werk in het gastatelier van 22 april t/m 22 mei, ik vind het leuk om u te ontvangen bij Villa Zebra, u kunt daartoe een telefonische afspraak maken: 06 255 63 784

http://www.villazebra.nl

De andere deelnemende kunstenaars zijn:

Feiko Beckers
Peter de Boer
Anne van Eck
Bruno Ferro Xavier da Silva
Chantal van Heeswijk
Paul de Reus
Hans Runge
Selfcontrolfreak
Hans Wilschut

Expositie Villa Zebra, Ondine de Kroon

ArcheTipi

Zegmaarliesje

Schoonmaken doe ik van kind af aan, vooral het ramenlappen vind ik leuk om te doen. Sinds ik een jaar of 12 was bood ik mijn schoonmaakdiensten tegen geld aan. Ik had mijn moeder vóór die tijd altijd ijverig geholpen. Maar sinds mijn twaalfde groeide het economisch besef. Ik bood mijn schoonmaakservice echter niet onder mijn eigen naam aan, blijkbaar voelde ik mij iemand anders als ik schoonmaakte. Als mijn moeder me vroeg: Ondine wil je de kamer stofzuigen? Zei ik: zeg maar Liesje! En Liesje, die moest je betalen! Mijn moeder die dit theater wel waardeerde, noemde me, als ik mijn rol weer aannam, steevast Zegmaarliesje. Sinds kort heb ik een bijbaan in de schoonmaak en voel ik me weer Zegmaarliesje. Ik mag geen ramen lappen, daar hebben ze iemand anders voor…….11041711_10204005134423798_1365223155815644432_n